De Wereld van Alice

Alle columns op een rij:

De Zomerstop

Crîme Passionel

Bingo!

Kopstootje Whip-lash

De Keerzijde

Zomers Geluk

Claimkoorts

Geweld-ig!

Het Dertiende Gebod

Positief Denken

Vogelvrij III

Overbelasting

Arbeid Adelt

De Knieval

Goodbye in Style

Vogelvrij II

BoN ToN

Vogelvrij I

Pais & Vree

Bezint Eer Gij Begint

Snel, Sneller, Snelst

Lawaaidoden

Gekte

LiefdesLetsel

Zomaren

Acceptatie

Goede voornemens

De Zomerstop

Letsel.nl vroeg mij voor de zomerstop een vakantiecolumn te schrijven. Zomerstop, dat klinkt of De Zomer genoeg heeft van al dat gezomer en is afgereisd naar de Zuidpool. Maar Vakantiecolumn klinkt gezellig ouderwets. ‘Doen we,’ zei ik. Waarop ik me even later realiseerde dat ik dat nooit doe; met vakantie gaan. Ik ga op reis. Al van kindsafaan ben ik reislustig. Ik nam de benen, zwierf door bossen & velden, raakte zoek in de stad en vond het politiebureau dat ik frequenteerde, geweldig. Maar vakantie? Dat was straf. Had je nét iets spannends ontdekt, werd je weer in de auto gepropt. Zat je mijmerend bij een schitterend ravijn, weerklonk paniek-gegil. Nooit had je rust. Vakantie betekende: bij elkaar blijven, op elkaar letten en je móest van alles. Een museum in, een kathedraal bekijken ‘en beleefd zijn in hotels en restaurants, hè?’ Zodra ik 16 was, nam ik het heft in eigen hand en reisde af naar Frankrijk. Vanaf dat moment heb ik nooit meer aan vakantie gedaan. Vanaf dat moment ging ik op avontuur. Hartje winter hakte ik hout in het hooggebergte van Karinthië, sliep in de sneeuw en roosterde schapen bij maanlicht. Ik bezocht snikheet Bali, doorkruiste de Schotse Hooglanden, gokte in Vegas, trok door de fjorden van Nieuw-Zeeland, winkelde op New Yorkse markten en doorkruiste de Griekse zee, inclusief tijdelijke amant natuurlijk.
Later reed ik heerlijk in mijn eentje 1000-en kilometers langs de Australische kustlijn, trok dwars door de woestijn over dirt-roads, verbleef bij Aboriginals, zwom tussen haaien, zocht goud met klassieke dinky-die-Aussies etcetc. En intussen schreef ik dagboekjes vol. Tenslotte, wie alleen reist, kan meer verhalen. Vakantie heb ik nooit leuk gevonden. Mooie stukjes schrijven wel. Dan is er een doel. Dan staan alle zintuigen op scherp. Dat maakt het leven spannend, nieuw. Obstakels en gevaren overwinnen, verversen de mens. Luieren op volle stranden is niks voor mij. En al helemaal niet die kant-en-klaar pretpakketten van entertainment holydays, waarbij de vakantieganger één ding doet: passief consumeren. Maar het allerergste is wel de groepsreis. Die heeft op mij een dodelijk effect. Genieten is een intiem goed. Dat delen met 80 anderen binnen een strak tijdschema is ronduit een gruwel. Reizen behoort de mens tijdloos te doen. En in vrijheid.
Ook de camping probeerde ik uit; dat was eens maar nooit weer. Tegenwoordig woedt er een camping alias vakantierage die via de televisie tot in detail wordt uitgemolken. Pure ellende. Voor mij is het Heilige Doel van reizen: mixen met alle lagen van de bevolking, ermee leven en werken. Vandaar dat mijn reizen soms een halfjaartje of anderhalf jaar duurden. Reizen deed men vroeger voor de handel, als kolonist of was bestemd voor de haute chique. Nu is vakantie handel. En hoe! Het is tot statussymbool verheven. Hoe vaker, hoe verder, hoe duurder, hoe meer status. Maar ook vakantie lijkt onderhevig aan inflatie. Vroeger was een weekje aan ’t strand voor de meeste Nederlanders al een groot en luxe goed. Jaarlijks gaan er nu zo’n 16 miljoen Nederlanders tesamen zo’n 25 miljoen maal met vakantie. De kosten in 2007: 1.63 miljard ex. de ongelukken en repatriëringen. Net als met boeken is er de druk, ‘dat móet je gezien hebben!’ Anders tel je niet mee. Alle 7 wereldwonderen afwerken, Dubai bezoeken, de Noordpool of De Zuidpool. Die laatste was een grote reiswens. En dan niet flauw voor een weekje penguins kijken maar gedurende 9 maanden op een Station nabij de magnetische Zuidpool bivakkeren. Ik kwam door 4 rondes, maar helaas, bij de vijfde ronde kreeg een Amerikaan voorrang. Dezer dagen reis ik weinig. Ik verlang simpel naar ouderwetse picknickmanden in een ouderwets weiland met ouderwetse koeien & boterbloemen. Maar een dagje IJmuiden is mij net zo lief. Temeer wanneer de helft van Nederland vertrokken is naar exotische oorden. ‘Zeg,’ zei mijn huisarts afgelopen week. “Wordt het niet eens tijd dat jij met vakantie gaat?” Vakantie?! Hoezo? Ik ben te moe om te reizen. “Juist daarom,” antwoordde hij. Misschien, héél misschien hoor, ga ik volgende maand voor het eerst na 25 jaar eens met vakantie… Mijn lap-top, dagboekjes en mobiel laat ik thuis. Maar ik heb een doel: slapen. En in september gezond weer op.

* * *


download een hoge kwaliteit versie van deze column als pdf
© 2008 Alice Fuldauer